|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
Al 29 jaar lang vindt op de 2de
zondag van september de Open Monumentendag plaats. Brugge met zijn rijk
cultureel erfgoed, is ietwat een buitenbeentje, want daar kan je niet alleen
op zondag, maar ook op zaterdag al op monumentenverkenning gaan. |
||||||||
|
|
||||||||
|
|||||||||
|
|
||||||||
Dit jaar is het thema
“neoklassiek”, in Brugge verruimd tot “300 jaar Brugse Academie”. De Academie
van Brugge, die nu in de Katelijnestraat gevestigd is, stond vroeger op het
Jan van Eyckplein. Na een moeilijk begin kregen de stichters-leerkrachten in
1720 van het stadsbestuur de toelating om zich in de Poortersloge te
vestigen. In het gebouw was een verdieping ingericht voor de schilders, een
voor de beeldhouwers en een voor architecten. Spijtig genoeg kregen ze met heel wat tegenslagen af te rekenen. Van 1727 tot 1738 ging de Academie dicht omwille van politieke en economische omstandigheden en in 1755 was er een vreselijke brand, waarbij alle schilderijen, tekeningen, boeken en gipsen verloren gingen. |
|
||||||||
|
|
||||||||
De Poortersloge bleef nadien
de Academie herbergen tot in 1890, toen de Academie verhuisde naar de
voormalige Bogardenschool aan de Katelijnestraat. |
Maar het weerhield de Academie niet als een feniks uit de as te
herrijzen. Dit schilderij van Matthias De Visch herinnert eraan. Karel Van
Lotharingen, die toen landvoogd was in Vlaanderen, en hiernaast te zien is op
het schilderij, deed toen een grote donatie om de academie te doen herrijzen.
Het schilderij is een ode aan de disciplines die je in de academie kon
volgen: schilder, architect en beeldhouwer (met een gebeeldhouwde kop van
Seneca). |
||||||||
|
|
||||||||
|
De kwaliteit van het onderwijs was
uitmuntend. Veel leerlingen maakten furore in zowel het binnen- als
buitenland. De 18de en 19de-eeuwse collectie in het Groeningemuseum vormt
daar het bewijs van. |
||||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
Matthias de
Visch was de meest talentvolle West-Vlaamse schilder van zijn generatie. Hij
was directeur van de Brugse academie van 1737 tot 1765. Zijn oeuvre bestaat
uit talrijke portretten en allegorische taferelen. Hier 2 werken genoemd moeder en dochter. |
|||||||||
|
|
||||||||
Een leerling van
Matthias De Visch was Jan Garemijn. Hierboven is te zien hoe hij de markt
schilderde die plaatsvond voor het Pandreitje. De mensen zien er nog redelijk
oké uit, maar dat was niet altijd zo. In 1778 en 1784 was er grote
hongersnood en kwam het volk in opstand op de markt. De mensen waren zo ten
einde raad dat ze de marktkramers beroofden van hun waren. Na het overlijden
van Matthias de Visch in 1765 volgde Jan Garemijn hem op als directeur van de
academie. Wanneer hij 10 jaar later ontslag neemt, laat hij de tekenschool
achter als een goed werkende instelling met een nieuw reglement. Garemijn
specialiseert zich in decoratieve doeken voor eetkamers en salons (zoals we
hier verder in deze fotoreportagereeks nog zullen zien). |
|||||||||
|
|
||||||||
Gerard de San (1751-1830), die hier zijn
ouders schildert die bezig zijn met de voorbereiding van een trouwfeest,
leerde ook zijn stiel aan de Brugse academie. Zijn leermeester was
Jean-François Legillon, een leerling van Matthias de Visch. Op dit schilderij schildert hij zijn
ouders zoals ze zijn, zonder de puisten op hun gezicht weg te moffelen. Let
ook op de typische statische schouw in neo-classistische stijl. |
|
||||||||
|
|
||||||||
|
Ook Joseph-Benoît Suvée (hier geportretteerd door Abélaîde
Labille-Guiard in 1783), geboren in de Korte Vuldersstraat bij
Sint-Salvators, start zijn kunstenaarsopleiding aan de Brugse academie. In
1763 trekt hij op 20-jarige leeftijd naar Parijs om zijn opleiding te
vervolmaken. In 1771 neemt hij als leerling van de ‘Académie royale de Peinture et de Sculpture’ deel aan de schiftingsproeven voor de ‘Prix de Rome’. De winnaar van deze prijs mag een studiereis naar Rome maken, het summum in die tijd. En jawel: op 31 augustus 1771 roept men Suvée uit tot winnaar. Zijn inzending, ‘De strijd tussen Mars en Minerva’ (een opgelegd thema), hangt vandaag in het ‘Palais des Beaux-Arts’ in Rijsel. De Brugse kunstenaar verslaat daarbij niemand minder dan Jacques-Louis David, die zou uitgroeien tot hét boegbeeld van het Franse neoclassicisme. Tussen David en Suvée komt het nooit meer goed. Eigenlijk had Suvée als buitenlander niet mogen deelnemen aan de ‘Prix de Rome’. Enkel Franse onderdanen mochten zich inschrijven voor deze wedstrijd maar de sluwe Suvée had als geboorteplaats het Noord-Franse Armentières opgegeven in plaats van Brugge…! |
||||||||
|
|
||||||||
Lange tijd werd
aangenomen dat dit werk van de naakte krijger van de hand van Suvée was. Waarschijnlijker
is dat het door Augustin van den Berghe gekopieerd is van Suvée tijdens zijn
verblijf in Rome aan de Académie de France. Van den Berghe zou het schilderij
als academische oefening hebben gemaakt, toen hij bij Suvée in Parijs
studeerde. Hoewel
Suvée na zijn aanstelling aan de academie van Parijs niet veel meer in Brugge
zou vertoefen, betekent het niet dat hij zijn geboortestad niet erkentelijk
was. Zo fier als een pauw meldde hij zijn overwinning aan de Brugse academie,
vol dankbaarheid: ‘Parmi les témoignages que j’en offre à mes maîtres, c’est
à vous, messieurs, à qui j’en dois les premières marques.’ De Brugse academie stond toen gekend als
één van de beste van het land. Anderhalve maand later, op 16 oktober 1771, wordt Suvée met veel luister in zijn geboortestad ontvangen. Ondanks een zware storm en regen zijn de straten van Brugge versierd en stroomt het volk toe om het wonderkind te feliciteren. Suvée wordt aan de ingang van de stad afgehaald en in een plechtige stoet met niet minder dan 35 koetsen naar de academie gevoerd die zich toen nog in de Poortersloge bevond. |
|
||||||||
|
|
||||||||
|
|||||||||
|
|
||||||||
|
In 1786
verschijnt ook Joseph Ducq in het atelier van Suvée in Parijs. Ducq zal het
ook ver schoppen. In 1800 neemt hij deel aan de schiftingsproeven voor de
Romeprijs en wordt samen met de Franse schilder Jean-Auguste-Dominique Ingres
tweede. Hierboven zien we een klein schilderij in olieverf met de
voorbereidende schetsen ernaast. Joseph is van
1815 tot 1829 directeur van de Brugse academie. |
||||||||
|
|
||||||||
Links een werk
van Albert Gregorius, die vooraleer in Parijs bij Suvée in de leer te gaan,
aan de academie in Brugge studeerde. Gregorius was zeer goed in het schilderen
van portretten. Zo schilderde hij het portret van Lodewijk XVIII, Karel X,
Napoleon en Louis-Philippe. Hiernaast zien we Portret van graaf
Charles-Antoine Chasset uit 1813. Gregorius was
van 1835 tot 1852 directeur van de Brugse academie. |
|
||||||||
|
|
||||||||
|
Ook
François-Joseph Kinsoen ontplooit zijn talent bijna uitsluitend als
portrettist. Aanvankelijk schildert hij in een strenge, sobere,
neo-classicistische stijl. Het realistisch portret van Jeanne Bauwens (uit 1796)
is daar een treffend voorbeeld van. |
||||||||
|
|
||||||||
Later evolueert Kinsoen naar een meer
vleiende schildertrant, zoals dit Portret van een meisje (uit 1830) demonstreert.
Het is geschilderd in zachte kleuren, die het tot iets elegant en verfijnd
maakt. |
|
||||||||
|
|
||||||||
|
Tot slot Jozef
Denis Odevaere. Net als Joseph-Denis Odevaere vertrekt ook hij na zijn eerste
lessen aan de Brugse academie naar Parijs om er zich verder te bekwamen.
Eerst gaat hij in de leer bij Suvée, later bij diens grote concurrent
Jacques-Louis David. Na een lange
studieperiode in Rome keert hij in 1813 terug naar Brugge om zich uiteindelijk
in Brussel te vestigen, waar hij benoemd wordt tot hofschilder van koning
Willem I. Zoals talrijke
liberalen steunt Odevaere de filhelleense beweging tijdens de Griekse
vrijheidsstrijd tegen de Turkse overheersing. Vanuit dat engagement schildert
hij enkele taferelen met onderwerpen uit de toenmalige actualiteit, zoals
Lord Byron op zijn sterfbed (1826). |
||||||||
|
|
||||||||
|
|||||||||
|
|||||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|